Vooral bij oude huizen komen ze nog regelmatig voor, de ouderwetse beerputten. Vroeger toen er nog niet zo'n uitgebreid rioleringssysteem was als nu, werd de riolering vaak aangesloten op een zogenaamde beerput of septic tank. Doel van deze put was het zuiveren van huishoudelijk afvalwater afkomstig van voornamelijk toiletten. Het afvalwater wordt door de beerput gevoerd waardoor het slib gaat drijven of bezinken. De tussenlaag die voornamelijk water bevat word daarna geloosd op het riool of gaat verder naar een sterfput. Een sterfput is een gemetselde of gevlochten put, meestal zonder bodem, deze put is als het ware lek en zorgt ervoor dat het water in de bodem rondom wordt opgenomen.

De werking van een beerput is gebaseerd op een simpel principe, het verzamelen van slib waarna bacterieën er voor zorgen dat het slib op een natuurlijke manier worden afgebroken, bacterieën eten dan als het ware alle verontreiniging uit het water op.Bij een goede werking hoeft een beerput niet of nauwelijks geledigt te worden, echter door de komst van agressieve schoonmaakmiddelen en toiletverfrissers word de bacteriologische huishouding van de beerput aardig verstoord met als gevolg dat de bacterieën niet meer zoveel kunnen verwerken.
Bijkomend dat vaak na verbouwingen keuken- badkamer en regenwaterafvoeren op de put zijn aangesloten waardoor de doorstroming veel sneller is geworden hebben de bacterieën het tegenwoordig zwaar te verduren.
De moderne riolering werkt tegenwoordig uitstekend zonder gebruik te maken van een beerput. In de loop der jaren zijn de meeste beerputten al verwijderd en is er een rechtstreekse verbinding met het hoofdriool gemaakt. Bij verbouwingen word vaak de riolering aangepast en de beerput verwijderd.
Volgens het wettelijk kader mag er vanaf 1-1-2005 niet meer ongezuiverd geloosd worden. Het wettelijk kader is in 2008 veranderd door het nieuwe Besluit lozing afvalwater huishoudens en de Wet gemeentelikjke watertaken. In veel gevallen is een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater de oplossing voor de niet gerioleerde percelen, men noemt dit IBA systemen of ook wel IBA's. IBA staat voor "individuele behandeling van afvalwater". Vaak worden deze IBA's geplaatst bij woningen in het buitengebied waar geen drukriool is. Ook voor het reinigen van een IBA bent u bij ons op het juiste adres.
De diverse systemen voor de Individuele Behandeling van Afvalwater zien er allemaal verschillend uit, maar de werkingsprincipes zijn steeds gelijk. Het gaat steeds om combinaties van fysische processen, biologische processen en chemische processen die samenwerken om het afvalwater te zuiveren. Het begrip afvalwater en de drie genoemde processen worden hieronder kort toegelicht.
Van de 135 liter lozen we ca. 45 liter via het toilet, 48 liter via bad en douche, 23 liter via de wasmachineafvoer, 12 liter vanuit de keuken en 7 liter via de wastafels.
Het afvalwater vanuit het toilet noemt men zwart water , het overige water noemt men grijs water.
Veel van de vervuiling in het water kan biologisch of chemisch worden afgebroken, daarvoor is zuurstof nodig. De benodigde hoeveelheid zuurstof is een maat voor de hoeveelheid vuil. De gebruikte waarden zijn: Biologisch Zuurstof Verbruik (BZV) en Chemisch Zuurstof Verbruik (CZV), ze worden gemeten in grammen zuurstof. Daarnaast zijn de hoeveelheid stikstof (N) en fosfor (P) van belang. Een persoon produceert per dag:
gram per persoon per dag |
|
BZV |
40 - 60 |
ZCV |
90 - 150 |
N |
8 - 15 |
P |
1 - 3 |
De micro-organismen (vooral bacteriën) zweven los of in vlokachtige structuren in het water, dit noemt men slib. Het systeem dient zo ontworpen te worden dat er een maximale interactie tussen slib en vervuild water en er moet voorkomen worden dat met het spui-water ook het slib verdwijnt . In sommige systemen wordt gebruik gemaakt van materiaal (b.v. kunststof of lavasteen) waarop de micro-organismen zich hechten. Na verloop van tijd sterft het slib af, een deel wordt 'opgegeten' door andere organismen, een deel blijft achter. Elk zuiveringssysteem produceert daarom slib dat regelmatig verwijderd moet worden.
De septic tank is vooral een bezinker. In de bezinkbare deeltjes is een deel van de BZV en CZV waarde vastgelegd, bezinking leidt dus ook tot BZV en CZV verwijdering. Naast deze fysische werking is er een biologische werking. De biologische afbraak in de septic tank is gering, bij toetreding van nieuw (zuurstofrijk) influent zal direct enige BZV verwijdering plaatsvinden door micro-organismen. Deze gebruiken de zuurstof in het water waardoor het water weer snel zuurstofloos wordt, deze afbraak stopt als het zuurstofgehalte te laag wordt. De geringe turbulentie zorgt voor minieme zuurstofinvoer in het water. De menging met grijswater zorgt nog voor enige zuurstoftoevoeging, tweederde van de dagelijkse lozing is grijswater.
In het slib zal een beperkte gisting (zuurstofloze afbraak) ontstaan. Gisting leidt tot hydrolyse van vetzuren (dit leidt tot stank) en tot methaanvorming. Bij hogere temperaturen verloopt deze gisting actiever dan bij lagere. Onder de 10°C is de gisting zeer beperkt, vanaf de 13°C verloopt dit sneller. Het grijze water is warmer dan het zwarte, de temperatuur wordt hierdoor iets hoger en dit bevordert de gisting.
De temperatuur in een ondergronds geplaatste septic tank zal in de winter onder de 10°C komen, slibafbraak is dan niet mogelijk en er treedt ophoping van slib op. In de zomer kan de temperatuur boven de 13°C komen, er kan dan vergisting en afbraak van de voorraad optreden. Dit is goed te ruiken, de septictank begint dan vetzuren te produceren.
In theorie kunnen septictanks zo jarenlang belast worden zonder vol te raken. In de Nederlandse omstandigheden komt deze afbraak door biologische omzetting echter niet veel voor. In onze omstandigheden moeten septictanks regelmatig geleegd worden.
In zuidelijker, warmere, landen werkt dit afbraakproces beter. In bijvoorbeeld Frankrijk prefereert men daarom 1 kamer systemen om de turbulentie juist te verhogen. Hierdoor wordt het contact tussen het actief slib, waarin de actieve micro organismen zitten, en het vuile water bevorderd en daardoor wordt de biologische afbraak verbeterd. Deze constructie is dus níet gericht op maximale rust ten behoeve van de bezinking.
Het bezinksel en de drijflaag zullen regelmatig verwijderd moeten worden. De massa bestaat grotendeels uit slib met daarbij nog allerlei niet-organisch materiaal (zand, metaal, plastic e.d.). In de grijswaterstroom (bad, douche, wasmachine e.d.) bevinden zich meer niet-organische materialen, vaak ook in de vorm van kleine voorwerpen als paperclips, munten, knopen e.d.
Hoe beter de bezinking en opdrijving, dit is dus afhankelijk van de verblijftijd, hoe meer materiaal achterblijft. Het meeste hoopt zich op in het eerste compartiment, per jaar wordt een massa gevormd van ca. 100 ltr. - 150 ltr. per persoon. Dit dient regelmatig, elke twee- of drie jaar, verwijderd te worden.
Met dank aan IBAhelpdesk.nl